Lente!

Noordsche Veld
Het Noordsche Veld bij Norg

Het is officieel: de lente breekt weer aan. Ook als je geen last hebt van echte winterdepressie is dat toch weer een verfrissend moment. ’s Morgens loop ik steevast even een half rondje rond de flat om te zien en te voelen hoe de dag buiten begonnen is. En een week geleden begon de eerste merel te fluiten. Spoedig gevolgd door de koerende duiven (die ik nogal droevig vind).

Gisteren wandelden we over het Noordsche Veld, oostelijk van Norg. Onderweg ernaartoe waren bruine kiekendieven en torenvalken al druk aan het jagen. De kleine knaagdieren zijn dus ook al wakker uit hun winterslaap. De elzen langs het pad begonnen al uit te botten. En de zon scheen zelfs. Het meeste was nog in winterstand, maar alles is weer bezig wakker te worden. We zien uit naar het eerste groen.

Iedere nieuwe lente is een herhaling van wat al veel ouder is dan mensenheugenis. Onze wandeling begon bij hunebed D5, noordwestelijk van Zeijen. Dat is gebouwd in de nieuwe steentijd, door mensen van de trechterbekercultuur, ongeveer tussen 3.400 en 3.100 v.C., dus een paar eeuwen ouder dan Stonehenge (just mentioning…). Toen woonden hier al mensen die boerderijen bouwden, vee hielden en akkers bewerkten. Hunebed D5 lag tot in de 19e eeuw nog onder de oorspronkelijke dekheuvel en daarvan zijn de resten nog te zien.

Op het Noordsche Veld zelf zijn nog overblijfselen te zien van zg. raatakkers, of ‘Celtic fields’, akkers van ongeveer 35 meter in het vierkant, omgeven door lage walletjes. Je ziet ze niet meteen, je moet eerst een hoger standpunt zoeken. Die akkers zijn gebruikt vanaf de late bronstijd tot aan de Romeinse tijd, dus vanaf pakweg 1.200 v.C. tot het begin van de jaartelling. Dichtbij die akkers liggen verspreid een reeks grafheuvels. Die kunnen net zo oud zijn, maar vaak zijn ze hier in de ijzertijd opgeworpen, meestal om de gecremeerde resten van een overledene te begraven. Dat gebeurde vanaf ongeveer 700 v.C. tot in de Romeinse tijd. Drenthe is nog steeds bezaaid met grafheuvels. De doden hadden hun eigen domein, maar altijd in verbinding met de plaatsen waar mensen leefden en werkten.

Maar het alleroudste konden we in feite niet zien. Dat is verborgen onder het nu nog kale en ongeploegde akkerland ten zuiden van het Noordsche Veld. De provincie Drenthe heeft dat net aangekocht om de unieke archeologische vindplaats veilig te stellen. Hier zijn namelijk honderden vuurstenen werktuigen van Neanderthalers gevonden, zo’n 50.000 jaar oud en dus uit de midden-ijstijd toen hier een toendraklimaat heerste. Archeologen hopen hier ook organische resten te kunnen vinden, zodat ze meer kunnen zeggen over de leefwijze van deze prehistorische mensen.

Zo kun je dus in Drenthe terecht voor de nieuwe lente en de nieuwe geluiden, terwijl het alleroudste er nog bijna tastbaar is. Iedere nieuwe lente is alles nieuw voor mij… – maar dat is tegelijk niets nieuws. Want wat geweest is, is geweest in twee betekenissen: het is voorbij, maar je kunt nog altijd zien dat het er ooit was.