Bidden om vrede

Schets uit 1957 van Gerald Holtom met zijn ontwerp voor het Ban-de-Bom teken: de letters N en D uit het semafooralfabet

Bidden om vrede is een boekje dat al heel lang in mijn bibliotheek staat. Gebeden van Huub Oosterhuis uit 1966, maar voor mij vooral verbonden met actief zijn in het IKV en de twee grote vredesdemonstraties tegen de kernbewapening in Amsterdam (21 november 1981) en in Den Haag (29 oktober 1983). Ik was er beide keren bij en sta daar nog steeds achter. Maar nu is er morgen (26 september 2026) weer een grote vredesdemonstratie in Amsterdam. En ik ben er niet bij.

De Nieuwe Vredesbeweging organiseert dit protest en daarin komt een bonte verzameling organisaties bij elkaar, van Extinction Rebellion via FNV tot aan Dolle Mina. De meeste politieke partijen lijken hun kruit liever droog te houden (excuse my French). Van de kerken heb ik nog verbazend weinig vernomen. Dat zoveel verschillende mensen zich samen sterk willen maken voor vrede valt toe te juichen. Maar tegelijk hebben die zeer verschillende clubs ook hun eigen agenda’s en dat ondermijnt de eensgezindheid. Dat was in 1981 toch anders. Sommige agenda’s staan mij ook helemaal niet aan.

In de Volkskrant betoogt Casper Wits dat het protest de geopolitieke realiteit negeert. Geen wapens naar Oekraïne en geen verdere Navo-bewapening brengt geen vrede, maar geeft Poetin vrij spel om heel het land te bezetten – en bij Oekraïne zal dat niet ophouden. Met dictators kun je nu eenmaal geen gentlemen agreements sluiten, zoals een kleine eeuw geleden Chamberlain al pijnlijk ondervond. Destijds bleek Churchill de realist te zijn met zijn ‘We shall fight…‘

Maar enkel realisme lijkt mij niet voldoende. Het hangt te veel af van jouw selectie van feiten en waarheden. Het weegt vooral militaire kracht en politieke macht af. Maar al is enkel realisme  niet voldoende het lijkt mij wel het hoogst noodzakelijke vertrekpunt.

Op Joop, de website van BNNVARA, schrijft PRO-lid David Michels een genuanceerd betoog. Hij wil een deugdelijk debat in plaats van de huidige zwart-wit kampenstrijd. Dat maakt hem waarschijnlijk direct tot doelwit van beide kampen, maar hij heeft groot gelijk. Het debat moet gaan over de vraag welke samenleving wij nu eigenlijk willen verdedigen tegenover de dictators van China, Rusland, Amerika of waar dan ook. Gaan wij inderdaad gewoon herbewapening financieren over de rug van zorg, onderwijs, cultuur en beschaving?

Maar wie mij het meest overtuigt om niet naar de vredesdemonstratie te gaan is Laurens Hogebrink, de man die als IKV-er aan de basis stond van de (kerkelijke) antikernwapenprotesten. In Trouw legt hij het helder uit. Er kan geen vrede zijn zonder vrijheid en vrijheid moet verdedigd worden. Ook met wapens.

Het roept bij mij een andere oude herinnering op aan een boek van oud-Provo, -Kabouter, -GroenLinkser en wat niet al, Roel van Duijn, De boodschap van een wijze kabouter (1969). Ik las het nog op de Havo en toen begreep ik het maar net. Het ging over Pjotr Kropotkin, filosoof en tegelijk dissident van het anarchisme. Diens punt was dat evolutie en mensheid niet enkel gedreven worden door strijd en selectie, maar juist in de eerste plaats door samenwerking – mutual aid. Maar juist omwille van die goede samenwerking is soms strijd noodzakelijk – om daarna zo snel mogelijk weer verder samen te werken.

De vredesdemonstratie morgen is mij, zoals David Michels ook zegt, te simpel. Het laat je kiezen of voor of tegen oorlog. Als het zo simpel was, hadden we in Oekraïne helemaal geen probleem gehad. Een woord als ‘militarisering’ vind ik stemmingmakerij. Dat deden de nazi’s door vanaf de schoolbanken hun jeugd al in uniform te laten marcheren en verder iedereen verplicht in hun oorlogsmachine in te lijven. Wij zijn nu in Europa bezig met een inhaalslag na drie decennia verwaarlozing van onze defensie. Burgers worden niet ingeschakeld en er is geen dienstplicht. Hooguit worden we voorzichtig voorbereid op een duidelijker militaire aanwezigheid. En ja, wandelend door Hogelandster dreven zag ik militairen aan parachutes neerdalen en zo nu en dan horen we F-16’s of helicopters vliegen.

Maar morgen preek ik en hoe ga ik nu bidden om vrede? Die woorden zal ik morgen ter plekke wel vinden. Ze worden mij niet ingefluisterd, ik ga geen stemmen horen, maar ik bedenk dat ook niet alvast nu. Wel weet ik al wat ik niet ga bidden. Niet de vraag of de lieve God het voor ons oplost – wij maken oorlog en dus ook vrede. Niet de vraag of onze leiders wijsheid krijgen – dat heb ik in 70 jaar levenstijd nog zeer weinig mogen zien. Maar wel om kracht voor wie gedwongen worden voor hun vrijheid te vechten – kracht om te vechten maar vooral kracht om daarin mens te blijven. Ik preek in ieder geval in de Wedderwegkerk in Oude Pekela, met een oude communist in brons buiten voor de kerk, Fré Meis. Dat zal mij bij de les houden.