…and back to base

En toen was ik weer terug bij waar ik was begonnen: Kubuntu. Full circle, zoals dat heet. Wennen aan Fedora lukte niet goed. Bij softwarebeheer miste ik Synaptic, ik worstelde wat met Flatpaks en ineens kon mijn computer niet meer normaal worden uitgeschakeld. Dus wat te doen?

Toch maar weer terug naar de DEB-wereld. Eerst Linux Mint 22.3 Cinnamon en daar dan KDE Plasma op installeren. Maar dat leidt tot conflicten met de oorspronkelijke Cinnamon-omgeving. Tuxedo OS dan? Made in Germany, maar vooral aangepast aan hun eigen hardware. Dus uiteindelijk toch maar de stoute schoenen aangetrokken en Kubuntu 26.04 LTS “Resolute Raccoon” geïnstalleerd vooruitlopend op de officieel vereiste 26.04.1 release. Want tot september, of wellicht pas oktober, daarop wachten zonder een fatsoenlijk werkende Nextcloud client of VirtualBox, en met een haperende WINE-omgeving – dat wordt ‘m niet. Het werd dus een schone installatie op mijn desktop. En naderhand een upgrade op mijn laptop.

En het moet gezegd: Resolute werkt ook schoon. APT heeft een wat duidelijker interface gekregen, zodat je niet meer zo verdwaalt in een letterbrij. En je kunt nog steeds simpelweg PPA-repositories toevoegen als dat nuttig en nodig is. Wayland als grafische basis in plaats van het aloude X11 is toch wel een leap forward. Het loopt soepel en snel, toont erg mooi. Uiteraard nog wat hobbeltjes hier en daar, maar dat zal snel worden bijgewerkt.

De echte hobbel in de Ubuntu-wereld heet Snap, het nieuwe pakketbeheersysteem van Canonical, het bedrijf achter Ubuntu. Op zich valt er iets voor te zeggen om applicaties te laten draaien in hun eigen sandbox. Het kost iets meer ruimte en rekenkracht voor iets meer veiligheid. Maar Snap bindt je exclusief aan de servers van Canonical en het is in de kern niet open-source. Bovendien zit je dan met een tweede softwarebeheersysteem, naast APT. Geleidelijk aan is Ubuntu bezig steeds meer pakketten over te hevelen van de gebruikelijke repositories naar die meer gesloten omgeving van Snap, maar gelukkig kun je daar nog omheen werken. Linux Mint houdt trouwens om principiële redenen Snap buiten de deur, tenzij de gebruiker dat perse zelf wil toevoegen.

In mijn geval treft Snap nog alleen Firefox, maar binnenkort ook Thunderbird. Beide zijn onmisbaar voor dagelijks gebruik. Gelukkig kun je ze nog gewoon installeren via Mozilla’s eigen repositories. Is even een beetje werk, maar dan loopt het verder weer als vanouds. Voor Firefox vind je de instructies bv. hier, en voor Thunderbird dan hier.

Een volgend pakketbeheersysteem dat ook werkt met de sandbox-methode, is Flatpak. In de Flathub appstore staat al een heleboel. Fedora maakt er gebruik van. Mijn bezwaar is dat je zo weer een extra systeem naast APT toevoegt (bij Fedora naast DNF). Bovendien een systeem waarin ik makkelijk de weg kwijtraak. Die houd ik dus zeker ook buiten de deur.

Een laatste noodsprong voor applicaties die niet in de repositories staan is AppImage. Dat bundelt een applicatie met alle benodigde afhankelijkheden in één pakket. Je download het, maakt het uitvoerbaar en het draait. Op een Ubuntu-box heb je een paar extra pakketten nodig die je eerst installeert. Bruikbaar voor noodgevallen, zou ik zeggen. Zoals voor mijn tikje excentrieke liedboekenprogramma Notenkraker. Maar dat draait nu wel als een zonnetje.

Verder heb ik nog een paar applicaties die hun eigen repository vereisen: GPXSee voor het werken met GPX-wandel- en fietsroutes, Signal voor de veilige berichtenapp en Mattermost voor de communicatie in de Laptop Revive community. En KeePassXC, mijn onovertroffen wachtwoordbeheerder, heeft een PPA nodig voor de meest recente versie.

Tenslotte dan WINE, het hulpmiddel om Windows-applicaties te laten draaien onder Linux. Dat zit in de Ubuntu-repositories en dat werkt. Maar wil je gebruik maken van de nieuwe WoW64 optie, zodat je oude 32-bits programma’s zonder alle extra libraries kunt draaien in je 64-bit systeem, dan moet je een WINE versie 10.18 of hoger hebben. Is ook weer even werk, maar hier staat het allemaal.

En daarna kwam de upgrade voor de laptop. Dat kan vanuit de konsole met dit commando: sudo do-release-upgrade -d

Máár… Doe dat niet zomaar! Lees eerst de complete handleiding. En reken erop dat je naderhand nog het nodige handmatig moet toevoegen of rechtzetten. Dat was de reden waarom ik eerst netjes wilde wachten op die beroemde 26.04.1 versie. Maar achteraf is mijn laptop heel netjes opgewaardeerd.

En zo heb ik mijn desktop en laptop met alle applicaties en snelkoppelingen weer precies zo geconfigureerd als ik ze zelf hebben wil. Want dat is toch waarom je Linux kiest: om werkelijk baas te zijn op je eigen bitbak.