In Schotland leerden we de uitdrukking ’the devil is in the detail’ en die allitereert zo lekker, maar het origineel blijkt Duits te zijn en precies andersom. God vind je juist in de details. De tittels en jota’s zogezegd. En daar heb ik het wel vaker over gehad, maar nu nog maar eens weer. Bij het slot van de Jozef-verhalen in Genesis.
De Jozef-verhalen vormen een aparte cyclus in het boek Genesis en ze zijn er tevens de afronding van. Hier eindigt de familiegeschiedenis van Abraham en Sara, Isaak en Rebekka, Jacob, Lea en Rachel. Het eindigt met twaalf broers die kunnen vergeven en verzoenen. De familiebanden zijn hersteld. In het boek Exodus gaat het verhaal verder met een nieuw volk: Israël, genoemd naar stamvader Jakobs nieuwe naam.
Het lijkt dus een intern verhaal over de familie van de aartsvaders. Het is ook een familiegeschiedenis, maar vanaf het begin reikt dat veel verder. Het begint meteen bij de zegen die Abram als eerste krijgt. God zegent hem opdat hijzelf tot zegen zal zijn, en wel ‘voor alle families (misjpechot) op de aarde’. In de Jozefverhalen krijgt dat, zoals we vroeger zeiden, handen en voeten.
Jozef, opgeklommen van slaaf en gevangene tot onderkoning van Egypte, verzamelt in de zeven vette jaren enorme bergen graan. Als dan de honger toeslaat opent Jozef de voorraadschuren en verkoopt het graan aan Egypte en vervolgens aan heel de aarde.
Eerst daarna komen de broers tot tweemaal toe naar Egypte om ook graan te kopen, waarmee Jozef, zonder dat ze hem herkennen, zijn eigen familie van de hongerdood redt. Jozef geeft ze zakken vol mee, plus hun geld. Ook de tweede keer doet hij dat. Maar dan bovendien met een list om zijn broer Benjamin gevangen te kunnen laten nemen. Dan blijkt dat de broers oprecht berouw hebben van wat ze Jozef hebben aangedaan en ze zullen dat niet nog eens laten gebeuren met hun jongste broer. Jozef onthult wie hij is, er volgt in alle opzichten een verbroedering en dan kan Jakob zijn verdere oude dag met heel zijn familie in Egypte wonen.
En daar zit het detail-duiveltje in Genesis 45,5. Jozef zegt daar tegen zijn broers:
…want tot levensbehoud heeft God mij voor jullie aanschijn uit hierheen gezonden… (Naardense bijbel)
Dat ‘levensbehoud’ wordt niet ingeperkt. In inderdaad: Jozef voedde eerst Egypte, daarna heel de aarde en tenslotte zijn familie. Hij wordt dus inderdaad tot zegen ‘voor alle families op de aarde’.
Maar zowel de NBG (1951) als de NBV21 (2024) voegen daar ‘jullie’ tussen, wat er in het Hebreeuws gewoon niet staat:
…want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden… (NBG)
…want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden… (NBV21)
De Statenvertaling had dat nog correct:
…want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens…
Door dat ‘u’ of ‘jullie’ in te voegen lijkt het alsof de hele geschiedenis erom te doen is dat precies het Joodse volk in wording van de hongerdood gered zal worden. En dat het voeden van heel Egypte en heel de aarde een soort ‘collateral blessing’ is. Dat is dus niet zo. Het is precies andersom. Omdat Jozef heel de wereld redt, blijft ook zijn familie in leven.
Dat het Joodse volk dit verhaal zo nauwkeurig heeft bewaard en doorgegeven mag van wijsheid getuigen. Als je zelf alle eeuwen door in ballingschap leeft, weet je dat een exclusieve God je niet zal redden. Altijd heeft het lot danwel noodlot van Joden afgehangen van de volken waartussen zij leefden. Dus was het niet zelden een kwestie van ‘red de wereld, dan red je jezelf’.
Dat ene woordje invoegen noem ik dus echt een ‘detail devil’. Het haalt op z’n best de eigenlijke boodschap van het verhaal onderuit, maar geeft op z’n slechts voeding aan een gevaarlijke oude theologie waarin Israël, en navenant het Joodse volk, God eenkennig voor zichzelf claimt, terwijl daarna Jezus juist de universele liefde van God gepredikt zou hebben. Foute theologie, juist omdat die het antisemitisme gevoed heeft. Want zo wordt de God van Abraham, Isaak en Jakob die in Abraham alle volken wil zegenen precies het tegengestelde: een exclusieve God voor wie alleen zijn eigen mensen tellen.
En dat herhaalt zich nog een keer na de dood van Jakob. De broers vrezen dat Jozef nu alsnog wraak op hen zal nemen en bedenken een leugen om bestwil. Dat blijkt helemaal niet nodig te zijn, want Jozef vergeeft hen op een manier die groter dan groots is (Genesis 50,19-21):
Maar Jozef zegt tot hen: vreest niet!- want zit ík op de plek van God?- en jullie, je hebt tegen mij kwaad bedacht;- Gód heeft dat ten goede gedacht,
met het doel om te doen als op deze dag: een grote gemeenschap in leven te houden,- welnu, vreest niet, ík zal jullie en je kroost onderhouden! Zo troost hij hen en spreekt hij tot hun hart. (Naardense bijbel)
Die ‘grote gemeenschap’ (am rav) slaat niet op Jozefs familie, want die is hier nog geen am, geen ‘gemeenschap’ of ‘volk’. Dat komt pas in het vervolg in Exodus en strikt genomen pas wanneer op de Sinai de Torah gegeven wordt. Die ‘grote gemeenschap’ slaat op Egypte en heel de aarde en het bevestigt zowel wat Jozef eerder tegen zijn broers zei als de oorspronkelijke zegen aan Abraham.
Dus had Aby M. Warburg gelijk – al bedoelde hij hoogstwaarschijnlijk iets anders – met zijn uitspraak: Der liebe Gott steckt im Detail.
En dan valt er over dat laatste hoofdstuk van Genesis nog veel meer te zeggen, maar dat kunt u beter lezen bij Jonathan Sacks zelf: ‘Transforming the Story’.